Schola  Cantorum

  Basiliekkoor 'Onser Liver Vrowen Sengers'
Anno 2 januari 1498

Het gemengd koor voor de liturgie op zon- en feestdagen is oud van jaren, maar jong van hart. In het afgelopen jaar is het koor met zes nieuwe leden uitgebreid, waarvan vier sopranen nog jong van jaren zijn. Het jaar 2008 is nog maar nauwelijks begonnen, toch hebben zich al weer drie belangstellenden voor het koor gemeld. Het jongste koorlid, Petra van der Vegte, ontwikkelt zich als een waar talent die solo’s tijdens koorzang voor haar rekening neemt.

Het koor telt nu 32 leden; de toekomst ziet het koor met vertrouwen tegemoet.

 

Het repertoire van het koor is voornamelijk Nederlandstalig. Er worden vierstemmige missen gezongen, die dateren tijd de tijd na het Tweede Vaticaans Concilie. Daarnaast wordt op hoogfeesten, zoals Kerstmis en Pasen, een klassieke Latijnse vierstemmige mis gezongen.

Door het gehele Liturgisch jaar heen, zingt het koor muziekstukken die voor dat deel van het jaar bestemd zijn. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van Latijnse vierstemmige koorwerken, die in de geschiedenis van de kerkmuziek naam gemaakt hebben, en graag gezongen en gehoord worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor het ‘Ave Verum’ en ‘Laudate Dominum’ van Mozart en ‘Panis Angelicus’ van Cesar Franck.

Het koor wordt geleid door dirigent en organist Gerard Keilholtz. Sinds 1 november 1977 is hij aan het koor verbonden. Repetities worden gehouden op elke woensdagavond van 20.00 – 22.00 uur in de koorzaal, die naast de Onze Lieve Vrouwebasiliek gelegen is. Op de laatste woensdag van de maand wordt na de repetitie gezellig nog een uurtje geborreld. Eenmaal in het jaar vindt een algemene ledenvergadering plaats, waarna ook altijd tijd over is voor informele gezelligheid. Zoals bij bijna elk katholiek kerkkoor wordt ook de naamdag van de patrones van de kerkmuziek, de heilige Caecilia op 22 november, feestelijk in ere gehouden. Eenmaal in de twee jaar vindt een kooruitstapje plaats.

Gerard Keilholtz, dirigent en organist

 

Voorzitter Jan Meiberg, meer dan 40 jaar actief als koorzanger, onderscheiden met de hoogste pauselijke onderscheiding voor zangers : Pro Ecclesia

Een stukje koorgeschiedenis

Het 510 jaar oude koor heeft een boeiende geschiedenis. Deze gaat terug op een koorakte, opgesteld op verzoek van de schout van de stad Zwolle, Herman ter Busche, die samen met een aantal andere ondertekenaars de koorakte laat opstellen. In de koorakte, die zorgvuldig bewaard wordt in het Historisch Centrum Overijssel, worden de verplichtingen van het koor geregeld. Zo wordt vermeld, dat de koorzangers op elke zaterdag om 6.00 uur ’s zomers en 6.30 uur ’s winters aanwezig moeten zijn. De gezongen liturgieviering moet op deze zaterdag altijd besloten worden met een ‘Ave Maria’ of de sequens ‘Ave Praeclara’. Intensief speurwerk heeft dirigent Gerard Keilholtz geleid naar de tekst en melodie van deze sequens. De praktijk om sequensen te zingen tijdens de mis is al in onbruik geraakt na het Concillie van Trente (1545-1563). Het jubileumboek van het koor, dat in 1998 verschijnt, heeft de naam van de sequens ‘Ave Praeclara’ als titel gekregen.

Gedurende de gehele 17e den 18e eeuw hebben de ‘Onser Liver Vrowen Sengers’ in zeer kleine bezetting de zangtraditie van de katholieke kerk voorgezet in schuilkerken. In de 18e eeuw gebeurt dit in de ‘Steegjeskerk’ in het uiterst smalle Hoornsteegje. Het koor noemt zich in deze periode ‘Steegjeschoor’.

In 1809 krijgt katholiek Zwolle van koning Lodewijk Napoleon de Onze Lieve Vrouwekerk terug. In 1811 wordt de eerste mis weer gevierd; in 1813 wordt een orgel aangeschaft. Opmerkelijk is, dat een van de eerste organisten van de Onze Lieve Vrouwekerk ook organist was van de protestantse Grote- of St. Michaëlkerk is. Tijdens de zeer lange preek vertrekt J.C. Röhner van de Grote Kerk naar de Onze Lieve Vrouwekerk om het Gregoriaans te dirigeren, waarna hij weer terug naar de Grote Kerk terug keert.

Vanaf 1853 hoeft de katholiek niet langer in de schuilkerk zijn geloof te belijden. Het aantal katholieke kerkgangers in Zwolle neemt na dit jaar enorm toe. Dit is de reden, dat de Onze Lieve Vrouwekerk is de jaren 1871-1890 voorzien wordt van twee neogotische zijbeuken en haar neogotisch interieur krijgt, ontworpen en onder zijn leiding uitgevoerd door Friedrich Wilhelm Mengelberg.  

Pastoor Otto Anthonius Spitzen is in deze periode pastoor. Hij geeft het koor van de kerk een enorme impuls, door het aanstellen van de kerkmusicus Johan Silvester Ponten uit Zifflich in Duitsland. Samen met zijn zoon Eduard hebben vader en zoon Ponten 85 jaar de kerkmuziek in de Onze Lieve Vrouwebasiliek bepaald (1878-1963).

 

 

J.S.Ponten (1855-1928)

E.Ponten (1891-1970)

Al deze tijd zingt het koor op orgeloksaal achterin de kerk, vanaf 1896 bij het orgel van Michaël Maarschalkerweerd. Na de veranderingen door het Tweede Vaticaans Concilie komt de wens van de pastoor aan het koor om voorin de kerk te gaan zingen. Na de ingrijpende restauratie van 1975-1981, waarbij de kerk weer tot zijn oorspronkelijke kruisvorm wordt teruggebracht, krijgt dit gestalte. In 1986 wordt een koororgel gebouwd door de fa. Kaat en Tijhuis uit Kampen. Sindsdien zingt het koor vrijwel altijd bij het koororgel. Het grote Maarschalkerweerdorgel wordt alleen voor en na de viering bespeeld.