|
Het gemengd koor voor de liturgie
op zon- en feestdagen is oud van jaren, maar jong van hart. In het afgelopen
jaar is het koor met zes nieuwe leden uitgebreid, waarvan vier
sopranen nog jong van jaren zijn. Het jaar 2008 is nog maar nauwelijks
begonnen, toch hebben zich al weer drie belangstellenden voor
het koor gemeld. Het jongste koorlid, Petra van der Vegte, ontwikkelt zich
als een waar talent die solo’s tijdens koorzang voor haar rekening neemt.
Het koor telt nu 32 leden; de
toekomst ziet het koor met vertrouwen tegemoet.
Het repertoire van het koor is
voornamelijk Nederlandstalig. Er worden vierstemmige missen gezongen, die
dateren tijd de tijd na het Tweede Vaticaans Concilie. Daarnaast wordt op
hoogfeesten, zoals Kerstmis en Pasen, een klassieke Latijnse vierstemmige
mis gezongen.
Door het gehele Liturgisch jaar
heen, zingt het koor muziekstukken die voor dat deel van het jaar bestemd
zijn. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van Latijnse vierstemmige
koorwerken, die in de geschiedenis van de kerkmuziek naam gemaakt hebben, en
graag gezongen en gehoord worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor het ‘Ave Verum’
en ‘Laudate Dominum’ van Mozart en ‘Panis Angelicus’ van Cesar Franck.
Het koor wordt
geleid door dirigent en organist Gerard Keilholtz. Sinds 1 november 1977 is
hij aan het koor verbonden. Repetities worden gehouden op elke woensdagavond
van 20.00 – 22.00 uur in de koorzaal, die naast de Onze Lieve Vrouwebasiliek
gelegen is. Op de laatste woensdag van de maand wordt na de repetitie
gezellig nog een uurtje geborreld. Eenmaal in het jaar vindt een algemene
ledenvergadering plaats, waarna ook altijd tijd over is voor informele
gezelligheid. Zoals bij bijna elk katholiek kerkkoor wordt ook de naamdag
van de patrones van de kerkmuziek, de heilige Caecilia op 22 november,
feestelijk in ere gehouden. Eenmaal in de twee jaar vindt een kooruitstapje
plaats.
|
Gerard Keilholtz, dirigent en organist |
 |

Voorzitter Jan Meiberg, meer
dan
40 jaar actief als koorzanger, onderscheiden met de hoogste
pauselijke onderscheiding voor zangers : Pro Ecclesia |
|
Een stukje koorgeschiedenis
Het 510 jaar oude koor heeft een boeiende
geschiedenis. Deze gaat terug op een koorakte, opgesteld op verzoek van
de schout van de stad Zwolle, Herman ter Busche, die samen met een
aantal andere ondertekenaars de koorakte laat opstellen. In de koorakte,
die zorgvuldig bewaard wordt in het Historisch Centrum Overijssel,
worden de verplichtingen van het koor geregeld. Zo wordt vermeld, dat de
koorzangers op elke zaterdag om 6.00 uur ’s zomers en 6.30 uur ’s
winters aanwezig moeten zijn. De gezongen liturgieviering moet op deze
zaterdag altijd besloten worden met een ‘Ave Maria’ of de sequens ‘Ave
Praeclara’. Intensief speurwerk heeft dirigent Gerard Keilholtz geleid
naar de tekst en melodie van deze sequens. De praktijk om sequensen te
zingen tijdens de mis is al in onbruik geraakt na het Concillie van
Trente (1545-1563). Het jubileumboek van het koor, dat in 1998
verschijnt, heeft de naam van de sequens ‘Ave Praeclara’ als titel
gekregen.
Gedurende de gehele 17e
den 18e eeuw hebben de ‘Onser Liver Vrowen Sengers’ in zeer
kleine bezetting de zangtraditie van de katholieke kerk voorgezet in
schuilkerken. In de 18e eeuw gebeurt dit in de ‘Steegjeskerk’ in
het uiterst smalle Hoornsteegje. Het koor noemt zich in deze periode ‘Steegjeschoor’.
In 1809 krijgt katholiek Zwolle
van koning Lodewijk Napoleon de Onze Lieve Vrouwekerk terug. In 1811 wordt
de eerste mis weer gevierd; in 1813 wordt een orgel aangeschaft. Opmerkelijk
is, dat een van de eerste organisten van de Onze Lieve Vrouwekerk ook
organist was van de protestantse Grote- of St. Michaëlkerk is. Tijdens de
zeer lange preek vertrekt J.C. Röhner van de Grote Kerk naar de Onze Lieve
Vrouwekerk om het Gregoriaans te dirigeren, waarna hij weer terug naar de
Grote Kerk terug keert.
Vanaf 1853 hoeft de katholiek
niet langer in de schuilkerk zijn geloof te belijden. Het aantal katholieke
kerkgangers in Zwolle neemt na dit jaar enorm toe. Dit is de reden, dat de
Onze Lieve Vrouwekerk is de jaren 1871-1890 voorzien wordt van twee
neogotische zijbeuken en haar neogotisch interieur krijgt, ontworpen en
onder zijn leiding uitgevoerd door Friedrich Wilhelm Mengelberg.
Pastoor Otto Anthonius Spitzen is
in deze periode pastoor. Hij geeft het koor van de kerk een enorme impuls,
door het aanstellen van de kerkmusicus Johan Silvester Ponten uit Zifflich
in Duitsland. Samen met zijn zoon Eduard hebben vader en zoon Ponten 85 jaar
de kerkmuziek in de Onze Lieve Vrouwebasiliek bepaald (1878-1963).
|
|
|
|
|
J.S.Ponten
(1855-1928)
|
E.Ponten
(1891-1970)
|
Al deze tijd zingt het
koor op orgeloksaal achterin de kerk, vanaf 1896 bij het orgel van Michaël
Maarschalkerweerd. Na de veranderingen door het Tweede Vaticaans Concilie
komt de wens van de pastoor aan het koor om voorin de kerk te gaan zingen.
Na de ingrijpende restauratie van 1975-1981, waarbij de kerk weer tot zijn
oorspronkelijke kruisvorm wordt teruggebracht, krijgt dit gestalte. In 1986
wordt een koororgel gebouwd door de fa. Kaat en Tijhuis uit Kampen.
Sindsdien zingt het koor vrijwel altijd bij het koororgel. Het grote
Maarschalkerweerdorgel wordt alleen voor en na de viering bespeeld.
|